











|
Carnavalsweekend Nederland
Zaterdag 5 maart 2011:
Tegen 10 uur zijn we zover, het water is gevuld, de spullen zijn
gepakt en we kunnen vertrekken. We willen vandaag naar Deventer.
Na een poosje zijn we de snelweg zat en verlaten we bij Heteren
de A50. Van hier nemen we de Drielsedijk naar Arnhem. We
genieten
van het uitzicht op de Rijn en gaan bij Arnhem weer de snelweg
op om aan de overkant te komen. Daar verlaten we de snelweg weer
en gaan via Velp, Dieren, Zutphen in Deventer. In
Deventer kunnen we de camperplaats echter niet vinden. Deze
zou aan Rembrandkade moeten zijn, maar misschien zijn we nog te
vroeg in het seizoen en is het allemaal nog gesloten. We eten
een broodje
op een parkeerplaats en besluiten door te rijden naar Wijhe.
Onderweg zien we nog 2 ooievaars in de wei lopen. In
Wijhe staan we nog helemaal alleen op de camperplaats aan de
IJssel. We lopen het dorp in, waar net de carnavalsoptocht langs
komt. Het is nog best een aardige optocht. Daarna lopen we
verder het dorp in. Door de optocht is het er behoorlijk druk.
In de supermarkt doen we wat boodschappen. Als we weer bij de
camperplaats komen schijnt de zon. Het is nu rustig op de
IJssel, waar we mooi uitzicht over hebben. Af en toe komt er een
schip voorbij. Om kwart over 5 komt er een Mercedesbus naast ons
staan. Na het eten lezen en puzzelen we wat en spelen een
spelletje. Er komt later ook nog een Hymer bij en zo overnachten
we hier met zijn drieën.
Zondag 6 maart: 
Als we wakker worden schijnt het zonnetje al vrolijk. Het lijkt
een
mooie dag te worden. Een aantal vissers hebben hun bootjes al te
water gelaten en ook langs het water zitten al mensen te vissen.
Na het ontbijt lopen we nog een rondje naar de pont langs de
IJssel. Daarna gaan we verder naar Zwolle. Er staan veel molens
in dit stuk Nederland. Langs de IJssel rijden we naar
Zwolle, waar we de camperplaats snel hebben gevonden. Lekker
middenin het centrum aan de Turfmarkt naast de watertoren
genieten we van het zonnetje. Er liggen in de grachten een
aantal woonboten
in het water. 's Middags lopen we de stad in. Het is koopzondag
en er zijn volop verklede mensen, die carnaval vieren. Zwolle is
van oudsher een Katholieke stad, en met carnaval wordt het
omgedoopt tot Sassendonk. De Zwollenaren staan ook bekend als
uitbundig verklede carnavalsvierders, iets wat ons zeker opvalt
als we de verklede mensen bekijken. Er staan
een paar tenten, waar de carnavals muziek luid klinkt. Ook de
cafe's zijn vol met carnaval vierende mensen. Er is nog steeds
opruiming en we vinden nog een paar leuke koopjes. Zwolle is een
Hanzestad en de hoofdstad van Overijssel. Het heeft een oude
stadskern binnen de grachten. Het oudste plein is de grote
markt, waar nu veel carnavalsvierders aanwezig zijn. Verder is
Zwolle bekend om de toren de peperbus, die hoort bij de Onze
Lieve Vrouwe Ten Hemelopneming Basiliek. De toren dankt zijn
bijnaam aan zijn vorm, die lijkt op een peperbus. Na 5 uur komen
wij weer terug bij de camper, waar Tommie, de hond, weer blij is
om ons te zien. Na het eten zitten we gezellig bij elkaar. Rex
bedenkt wat hij nog allemaal aan de camper wil veranderen en
vind het jammer dat hij geen gereedschap bij zich heeft. Door de
week heeft hij geen tijd en dan moet alles in het weekend. En
tot nu toe was het elke keer nog veel te koud buiten. We hebben
geluk dat het nu zulk lekker weer is, al is het wel frisjes.
Maandag 7 maart:
Vandaag gaan w e naar Kampen. Het is wel komisch te vermelden dat
er een behoorlijke rivaliteit tussen Zwolle en Kampen bestond in
de Middeleeuwen. De Kampenaren hadden de bijnaam blauwvingers
voor de Zwollenaren en omgekeerd noemden de Zwollenaren de
Kampenaren weer Kampersteuren. De Zwollenaren
werden bestolen en de Kampenaren werden in de nacht van hun vee
beroofd. De Zwollenaren hebben ooit tijdens een wapenstilstand
een klokkenspel uit een verbrande toren te koop aangeboden
hebben aan de Kampenaren, die daar een wagen vol met munten voor
hebben betaald. De Zwollenaren kregen blauwe vingers van het
tellen en hebben daar hun bijnaam aan te danken. Nu trekken wij
van Zwolle naar Kampen. Ook hier is een camperplaats en er moet
ook een loosplaats aanwezig zijn. Aangezien onze wc nodig
geleegd moet worden brengen wij Kampen dus een bezoek. We
park eren eerst aan de Buitenhaven, lopen over de markt die op
maandag plaats vindt en doen de nodige boodschappen. Daarna
vragen we bij de haven of we onze wc kunnen legen. Hier is
echter het water afgesloten vanwege de vorst en we worden
verwezen naar de
camperplaats bij het stadhuis. Deze blijkt aan het
Burgemeester Berghuisplein te zijn. Bij de receptie krijgen we
een code en hiermee kunnen we in de afgesloten ruimte, waar we
ons toilet kunnen legen. We drinken koffie en eten onze laatste
appelflappen op en lopen van her de stad in. Vanaf de
camperplaats kunnen we al een stadpoort zien liggen en het is
maar 5 minuutjes lopen en dan zijn we al in het centrum. Kampen
is een van de 7 Hanzesteden aan de IJssel. De andere 6 zijn:
Zwolle, Deventer,
Hattem, Zutphen, Hasselt en Doesburg. In de Middeleeuwen hadden
al deze steden een Hanzeverbond en daarmee een
handelsovereenkomst die de steden welvarend hebben gemaakt. Ook
nu is dit in elk van deze plaatsen nog te zien. Kampen is vooral
door zijn ligging een welvarende stad geworden. Begin 19e eeuw
heeft vooral de tabaksindustrie zich hier gevestigd en ook een
pannenfabriek leverde het nodige werk op aan de bevolking.
Momenteel zijn er nog 3 van de vele poorten over, die Kampen
rijk was. Een poort, de Koornmarktspoort, bevind zich aan de
IJsselkant en kun je van de overkant van de IJssel bewonderen in
de skyline van Kampen. De boten, die aan de kade liggen, maken
het aangezicht compleet. De andere twee poorten bevinden zich
aan de andere kant van Kampen. Vanaf de camperplaats zie je de
Cellebroederspoort en een eindje verderop door het park kom je
bij de Broederpoort. Wij lopen door de Cellenbroederspoort de
stad in en komen op de Oud estraat,
waar de meeste winkels zich bevinden. Hier bevindt zich ook het
oude stadhuis. We lopen naar de IJssel en bekijken de stadsbrug,
een mooie hefbrug uit 2001. In het oude centrum bevinden zich
veel gebouwen, die behoorlijk scheef gezakt zijn. Enkele worden
met stutbalken naar de andere kant van de weg worden
ondersteund. Er zijn zeker 7 kerken, waar vroeger broeders en
nonnen woonden. Ook Kampen is net als Zwolle van oudsher
grotendeels Katholiek. Via de Broederpoort komen we in het park
en vandaar lopen we terug naar de camperplaats. In de camper
eten we een boterham, vullen ons water even bij bij de
serviceplaats en we vertrekken weer. Via de N50 en de A28 rijden
we richting Harderberg, waar we de afslag Ermelo nemen. Ten
zuiden van Ermelo ligt
Putten, waar we op de camperplaats achter het gemeentehuis
gaan staan. De zon schijnt nog steeds lekker en na een glaasje
fris bekijken we Putten. Na de Reformatie van 1608 werd het
Katholieke Putten Protestant. In de Tweede Wereldoorlog pleegde
de Puttense verzetsbeweging in de nacht van 30 september een
aanslag op een auto van de Duitse Wehrmacht. Dit
had desastreuze
gevolgen. Op 1 oktober 1944 werd door de Wehrmacht en de SS als
wraakactie een razzia tijdens de kerkdienst gehouden, waarbij
alle mannen uit Putten werden afgevoerd naar concentratiekampen
en ruim honderd woningen werden in brand gestoken. Van de 661
mannen zijn er 552 omgekomen. Op
de kerk kun je dit nog steeds zien aan de gedenksteen waarop te
lezen staat: "Van hier werden zij weggevoerd". Nu zien we
gelukkig dat Putten een leuke plaats is met ontzettend veel
winkels. Er zijn onder andere 6 supermarkten, een aantal
kledingwinkels, de Action en de HEMA. Het gemeentehuis ligt
lekker centraal en daarmee de camperplaats ook. Voor het
gemeentehuis ligt de kerk met het kerkplein. Nadat we
uitgewinkeld zijn keren we terug naar de camper, waar we zorgen
dat de een hapje te eten krijgen. Daarna spelen we een spelletje
backgammon, kijken een filmen gaan niet al te laat naar bed.
Dinsdag 8 maart:
We staan op en ontbijten. De zon schijnt weer en als de gasfles
is verwisseld, omdat hij leeg was, is het ook weer warm in de
camper. Vandaag gaan we zoetjes aan naar huis. Via Amersfoort,
Utrecht en Den Bosch rijden we terug naar Oss. Rex wil graag met
dit mooie weer nog het een en ander doen aan de camper. Vroeg in
de middag zijn we weer thuis.
|