









|
Wadlopen Pieterburen
Zaterdag 5 september:
Om half 9 hebben alles in de auto gepakt en
vertrekken we. We nemen best veel mee voor een nachtje weg, maar dat
komt omdat we schone kleren voor het wadlopen moeten meenemen en
ook slaapzakken of dekbedden om te overnachten. Het is droog als we vert rekken.
Hoe Noordelijker we komen, hoe donkerder het wordt en vanaf Drenthe
regent het. Na ongeveer tweeënhalf uur rijden komen we in Eenrum. Bij de
plaatselijke supermarkt moeten we de sleutel van de trekkenshut halen,
waar we gaan overnachten. Op dat moment zijn Els en Loek met hun camper
aangekomen op de camping. Wij zijn er dan ook binnen 5 minuten. Camping
de Dobbe is een kleine kanocamping met een plas en 3 trekkershutten.
Naast het toiletgebouwtje kan de camper op een verhard stuk staan. Wij
pakken onze auto uit en richten de trekkershut in. De regen is even op
gehouden en we kijken even bij het watertje wat langs de camping loopt.
Het uitzicht is echt prachtig. Nadat we een boterhammetje hebben gegeten
gaan we op weg naar Pieterburen. We hoeven hier maar 5 km voor te rijden
en komen bij de zeehondencrèche van Lenie 't Hart. In het
bezoekerscentrum maak je van d ichtbij
de verzorging en behandeling van de zeehonden mee. Kleine zeehondjes
liggen in de afzonderlijke ruimtes en buiten zwemmen de zeehonden in de
bassins. Ook liggen ze op de kant met hun vinnen netjes tegen elkaar te
slapen. Het is heel interessant om dit allemaal te zien. Af en toe
regent het echter behoorlijk en vragen wij ons af of we om kwart voor 4
wel kunnen wadlopen. Rond 3 uur gaan we op zoek naar café "De buren van
Pieter"aan de Hoofdstraat, waar we te horen krijgen dat het vanaf kwart
over 3 droog zal zijn. De zwerftocht over het wad zal dus doorgaan. We
gaan ons bij de auto in onze korte broeken en basketbalschoenen hijsen
en komen weer terug bij het café voor koffie of thee met appeltaart.
Daarna worden we verzocht om met de auto naar de zeedijk te rijden, waar
we ons bij de groep kunnen voegen. Els en Loek rijden ook mee, maar gaan
niet wadlopen. Zij nem en
Tommie, onze hond, mee en passen op hem terwijl wij wadlopen. Het is eb.
Dit is nodig om te kunnen wadlopen. Elke dag is het wadlopen dus op een
ander tijdstip, omdat het tij wisselt. We parkeren de auto in de lange
rij auto's en melden ons bij een van de gidsen. Er worden 3 groepen van
een stuk of 40 mensen gevormd en iedere groep heeft 2 begeleiders. Via
de dijk komen we op de kwelders. Dit is een begroeide
buitendijkse landaanwas die bij een gemiddeld hoogwater niet meer
onderloopt. Af en toe stappen we in het water en dan merk je dat je
voeten niet meer droog blijven. Als we een eind verder over een rij
paaltjes moeten klimmen, komen we in het slik terecht. We moeten kleine
stappen nemen om in evenwicht te blijven. In het begin is dat even
wennen en vallen we bijna. Ook moet je oppassen dat je bij elke stap
niet even diep wegzakt. Af en toe moet je je voeten echt uit de slik
trekken. De droge voeten zijn echt helemaal uit de wereld geholpen.
Ploeterend en zwoegend lopen we met zijn vieren hand in hand door de
modderzooi. We houden elkaar zo op de been en in evenwicht. Een aantal
mensen van de groep is gevallen of moe, en draait om. Een gids begeleidt
hun terug en onze groep wordt samengevoegd met de groep, die net even
verderop liep. Af en toe worden we ook door een klein buitje verrast,
maar dat is niet e cht
hinderlijk, omdat de toch aardig stevige wind schuin van achteren komt.
Ondertussen haakt nog een groepje mensen af en we raken weer een gids
kwijt. De groep is nu behoorlijk groot en er lopen in totaal nog 2
gidsen mee. Rond kwart over 5 komen we eindelijk op een iets harder stuk
grond. We rusten even en gaan dan weer verder. Nu wordt het lopen minder
zwaar. Onze benen en voeten worden zelfs weer warm en we drogen zelfs
een eind op. Onze broeken zitten echt tot bovenaan onder de
moddersputters. De gidsen nemen ons mee naar iets dieper water. We
moeten daarvoor even door een aantal geulen heen, waarvan het water tot
over de knie reikt. Daar gaan ze met garnalennetten over de bodem van
dieper water en laten hun vangst zien, die bestaat uit een heleboel
krabbetjes en een aantal garnalen. De zon laat zich ondertussen zien en
genieten we van de wandeling. We moeten echter ook nog terug en dus
maken we een bochtje en nemen de terugweg iets verderop dan we zijn
gekomen. We modderen weer wat aan door de blub dus. Net als op de
heenweg gaan we weer hand in hand. Ook nu is het weer een zware tocht en
we zijn dan ook blij als we de kwelders weer hebben bereikt. Als we weer
over de dijk zijn kunnen we voeten afspoelen in waterbakken. We zorgen
dat we niet al te vies in de auto stappen en rijden terug naar de
camping, waar we allemaal genieten
van
een warme douche. Tommie is erg blij dat hij ons weer ziet. Els en Loek
zijn met beide honden wezen wandelen en hebben zich prima vermaakt. Na
het douchen lopen we Eenrum in om een te gaan eten. Eenrum blijkt een
heel gezellig dorp te zijn met een oud centrum. Er is een mosterdmuseum
en in de korenmolen "De Lelie" is een bakkerijmuseum gevestigd. Ook is
hier de laatste klompenmakerij van de provincie Groningen te vinden. Bij
Abraham, de mosterdmakerij met restaurant kunnen we niet meer eten,
omdat net als bij Sara (het pannenkoekhuis), de keuken al is gesloten.
We worden verwezen naar de snackbar. Deze blijkt bij het aangrenzende
café te horen en de eigenaar loodst ons daar naar binnen en hij verzorgt
een grandioze maaltijd voor ons. Als we rond 10 uur ons buikje rond
hebben gegeten gaan we weer terug naar de camping, waar we moe van alle
inspanning lekker gaan slapen.
Zondag 6 september:
Voor half 9 worden we wakker. We ontbijten en
drinken buiten koffie. Het weer is opgeknapt en zon schijnt vandaag. We
ruimen de trekkershut leeg en rond 11 uur bellen we de campingbeheerder,
zodat we kunnen vertrekke n.
Els en Loek gaan richting het zuiden en wij gaan eerst naar Wehe-Den
Hoorn, waar ik vroeger heb gewoond. In Wehe parkeren we achterin de
straat waar ik heb gewoond en dan lopen we door het dorp heen. We komen
langs de oude LTS en een geel kerkje. Dan gaan we via binnenwegen naar
het Drentse Norg, waar wij vroeger een zomerhuisje hebben gehad.
Onderweg, bij Peize, komen we de camper van World Next Door tegen en we
maken een praatje. Dan vervolgen we onze weg en komen in Norg, waar we
bij een pannenkoekrestaurant pannenkoeken eten. We lopen daarna een
rondje door Norg en er zijn paardrijdwedstrijden aan de gang. Er rijden
kleine koetsjes rond met een paard ervoor, die door de berijder worden
gemend. We lopen nog door de hoofdstraat en merken dat het ondertussen
al 4 uur is geweest. We rijden door naar Nijmegen, waar we een
boterhammetje eten en de kinderen afzetten en gaan door naar huis. Het
was een heel gezellig weekend.
|