




|
Frankrijk
Dinsdag 19 juli 2005:
Na de laatste spulletjes ingepakt te hebben
vertrekken we om ongeveer 10 uur. Via Tilburg gaan we naar Antwerpen.
Dit laatste stuk weg zit vol met sporen en is vervelend om te rijden.
Via Lille komen we in Frankrijk waar we in
Catillon sur Sambre de camperplaats nemen. Er staan al 2 Engelsen en
er ligt een Engelse boot.
Woensdag 20 juli:
Het begint rond half 10 te regenen en we besluiten
vandaag een stukje verder te gaan. Eigenlijk hadden we hier wat willen
fietsen, maar daar is het nu geen weer voor en verder is hier niks te
beleven. De brug gaat open voor we vertrekken voor een Nederlandse boot,
die langs komt. De Engelsen vertrekken en de Fransman en de Belg, die
gisteren nog waren gekomen ook. Er komt ondertussen alweer een nieuwe
Engelsman. We gaan verder via Laon, waar een mooie kathedraal is. Dan
naar Soissons en uiteindelijk overnachten we
in
Provinc op de camping, nadat we ons aardig in de smalle straatjes van de
plaats hebben vast gereden.
Donderdag 21 juli:
We lopen eerst door Provinc en aan dan door naar
het zuiden. De zon schijnt tussen de wolken door. We komen in het gebied
van de zonnebloemvelden en rijden richting de Loire. In
Nogent sur Vernisson maken we eerst gebruik van de servicepaal en
gaan dan naar de camperplaats aan de andere kant van het dorp. Daar
komen 's avonds nog 2 campers bij. Het staat er mooi aan een meertje,
waar veel mensen gaan wandelen. 's Middags gaan we lekker luieren in de
zon en na het eten lopen we een rondje om het meertje.
Vrijdag 22 juli:
We gaan naar de Loire en vervolgen onze weg naar
het westen. Via Saint Gordon gaan we naar Sully waar een mooi kasteel
staat. In
Beaugency overnachten we op de camperplaats. Deze wordt in de loop
van de avond overvol. Er staan in totaal 28 campers, waarvan 3 buiten
het hek.
Zaterdag 23 juli:
Weer
verder langs de Loire. We gaan de brug over en langs de zuidkant over de
D951. De Loire is Europa's meest natuurlijkste rivier. Eilanden en
zandbanken bepalen de sfeer. Scheepvaart is er niet. Verder hebben de
Franse koningen veel kastelen langs de Loire laten bouwen, omdat Parijs
in de 15e eeuw erg onrustig was om te wonen. Bij Blois gaan we weer op
de andere oever verder, omdat de weg daar dan direct langs de
rivier loopt (N152). We steken de brug over naar Amboise en bekijken dat
mooie stadje. Dan vervolgen we onze weg langs de zuidoever, direct langs
de Loire over de D751.
We
gaan via Bréhémont, waar we de traditionele platbodems bekijken, die
daar in het water liggen. Dan weer verder over het mooie kleine
dijkweggetje (D17), die vanzelf weer op de D7 uit komt. Ze waarschuwen
hier voor de fietsers, die hier in grote getale langs komen. In
Rigny-Ussé is weer een kasteeltje. Dan via de D7 de
brug over naar
Bourgueil, waar een camperplaats
is. We nemen eerst echter een nacht de camping. We staan naast de
tennisbaan en slaan samen een balletje. Dan begint het iets te
sputteren. Er is hier ook een klein meertje bij de camping, waar je in
het water kunt.
Zondag 24 juli:
Het regent nog steeds. We eten zelf gebakken
stokbrood uit ons oventje en luieren en lezen in de camper. Rond een uur
of half 10 wordt het droog, maar het is nog steeds bewolkt en kouder dan
het was. Tussen de buien, die toch nog komen tennissen we nog even.
Maandag 25 juli:
Na het opstaan even een stokbrood halen bij de
Hyper-U.
Dan
verder over de N152 langs de noordoever van de Loire. In
Saumur bekijken we
eerst het kasteel en dan gaan we voor de camping op de camperplaats
staan. Later als het 3 uur is geweest, gaan we op de fiets nog
even stad in winkelen. Het is bewolkt en het waait aardig. Toch is het
direct heet als de zon erbij komt. Het is ondertussen druk geworden op
de camperplaats. Er staan 5 campers en een Nederlandse opzetunit. Dan
komt er nog een busje met een boot erachter. We gaan nog even de
zandbank op bij de Loire. Later grillen we voor de camper. Als we gaan
slapen staan we met 20 campers.
Dinsdag 26 juli:
As we wakker worden komt er een Engelsman met een
dikke caravan achter een landrover. Als hij een uur later weer weg wil
gaan, blijkt hij met zijn caravan niet de weg verder te kunnen volgen.
Hij moet via dezelfde weg de camperplaats weer verlaten, net als alle
campers trouwens, dus moet hij afkoppelen en draaien. Als wij bij de
serviceplaats staan te wachten rijdt de Franse volkswagen bus met boot
weg. Hij gaat wel via de smalle lage weg en wij verbazen ons erover dat
dat lukt met het nog uitgeklapte hefdak. Hij heeft dit duidelijk
vergeten en heeft zo een mooie spoiler. Als hij een eindje verderop
stopt, denken wij dat hij zijn dak wel zal laten zakken, maar nee hoor.
Hij loopt een keer om de bus heen en stapt net zo vrolijk weer in om
verder te rijden met zijn dak nog steeds aan de voorkant omhoog. Tegen
11 uur verlaten wij Saumur. Via de noordoever gaan we weer verder over
de D952.
We
komen op deze route veel campers tegen. Het is de hele dag al bewolkt,
maar niet echt koud. We komen in Angers, dat een mooi en bloemrijk
stadje moet zijn. In Frankrijk wordt dit namelijk op het plaatsnaambord
aangegeven door het aantal bloemetjes, dat op dat bord staat. Angers
heeft 4 bloemen. We bekijken het kasteel, dat aandoet als een stoer
fort, en een kerk in de buurt. Het Chateau ligt op een berg tegen de
rivier "le Maine". Via de N23 gaan we verder richting kust. Ondertussen
wordt het aardig warm, ondanks dat het bewolkt is. Later komt de zon er
zelfs nog bij. Bij Ancenis gaan we weer over de Loire naar de zuidoever.
In Lire gaan we rechtsaf naar
Champtoceaux, via
de D751, waar we op de camperplaats achter de kerk, naast het zwembad
gaan staan. Aangezien het mooi weer is gaan we lekker zwemmen.
Na
het eten ontdekken we dat Champtoceaux nog een oude poort heeft van de
ommuurde stad. Daarachter lag vroeger ook een kasteel. Als we langs het
zwembad het parkje inlopen, komen we bij een grandioos uitzichtpunt over
de Loire. Hiervandaan kun je de zandbanken en de eilandjes heel mooi
zien.
Woensdag 27 juli:
We hebben pech. Vandaag is de bakker, die tegenover
de kerk zit dicht, dus moeten wij onze "baquette" bij de supermarkt
halen. Verder giet het nog steeds als we voor de deur bij de Shopi ons
brood opeten om 10 uur. Als we verder gaan, gaat de weg gelijk naar
beneden, de berg af naar de Loire. We blijven aan de zuidkant tot Nantes.
De Loire wordt steeds breder en voller. Zandbanken zijn er nu niet meer
te zien. Hier is af en toe zelfs een haventje. Voorbij Nantes komen we
steeds verder van de Loire af.
Hoe
dichter we Donges naderen, hoe kleiner de weggetjes worden. Ondertussen
schijnt de zon. Voor St. Nazaire zien we in de verte de hoge brug over
de Loire. De lucht wordt hier steeds donkerder. Dan krijgen we harde
regen, terwijl het weer lichter wordt. De weersvoorspelling is ook tegen
en onweersbuien, maar dat schijnt in heel Europa het geval te zijn. Wij
zien ondertussen de zon alweer. We komen langs het zoutwingebied, als we
naar le Pouliguen rijden. Dit gebied bestaat uit zoutpannen met een
netwerk van dammetjes, kanaaltjes en schuifjes, waar al sinds de
Middeleeuwen zeezout wordt gewonnen. Langs de weg verkopen ze hier in de
omgeving overal zout.
Onderweg
bekijken we Guerande. Dit is een mooi ommuurd stadje. Dan gaan we naar
La Turballe waar we de Atlantische Oceaan zien. Het is ondertussen
alweer strandweer, zo warm en zonnig is het. In La Turballe mag je met
je camper amper parkeren, dus gaan we verder naar Piriac. Net voor we
La Turballe verlaten komen we echter langs een
camperplaats,. Als we hier staan gaan we
even naar het strand om het water in te gaan. Later staat de Nederlandse
blauwe bus naast ons, die we ook al in Guerande hadden zien staan. Het
blijft warm en windstil.
Donderdag 28 juli:
Helaas is het nog bewolkt als we opstaan. We gaan
weer verder langs de kust. Ondertussen breekt de zon door. Soms ontkomen
we er niet aan een stukje snelweg. Verder nemen we zoveel mogelijk
secundaire wegen.
Er
staat een behoorlijke zuidoostenwind. In
Auray bekijken we
de plaats. Het is een mooi vissersplaatsje met een oud haventje. We gaan
later op de camperplaats bij het zwembad staan. Er komen donkere wolken
aan en het waait behoorlijk. Er volgen een paar spetters. De Belg naast
ons wil op zijn zelfgemaakte plankjes gaan staan. Het resulteert in een
mooie show, variërend van een blok, dat 30 cm met de band mee naar voren
schuift, tot het eroverheen schieten. Uiteindelijk lukt het toch om erop
te blijven staan. De zon breekt weer een beetje door. Later komen er nog
wat buien.
Vrijdag 29 juli:
Bij de bakker een broodje halen en dan naar Carnac.
Er zijn wolken en de zon schijnt. Carnac is een gezellig
toeristenplaatsje met een prehistorisch museum. Dan verder naar Quiberon.
In Plouharel is het markt (en dus file). We rijden hier op een stuk
duin, dat aan 2 kanten door zee is omsloten, naar het eindpunt. Dan
wordt het weer wat breder.
In
Quiberon kun je met de boot naar "Belle Ille". Als we doorrijden komen
we bij de zee met ruwe rotsen. Als we weer verder gaan komen we een
aantal menhirs tegen. De straat heet ook rue de Menhirs. Dit zijn van
die rechtopstaande stenen uit het Asterix en Obelix-tijdperk. Bij
Port-Lorries gaan we over een mooie brug over een zeearm. We blijven de
D781 volgen via Riantec naar
Port Louis, waar we de camperplaats
nemen. Het uitzicht is grandioos, op de zee en jachthaven. Met gras
achter de camper om op te zitten. We gaan om 3 uur op de fiets Port
Louis verkennen. Het is erg mooi langs het water. In de Citadelle is het
Marinemuseum. Als we tegen half 5 terug bij de camper komen, trekken we
onze zwemspullen aan en wandelen langs het strand.
Zaterdag 30 juli:
Eerst via de Internarché boodschappen doen en eten
en dan verder over de D781. De zon schijnt weer, maar nu komen er ook
donkere wolken. Via de snelweg E60, om
Lorient heen, dan afslag 45 en de D306 richting kustlijn. In
Concarneau nemen we camperplaats "la Gare"
en gaan van daaruit gratis met de bus naar het centrum. Daar is de oude
ommuurde stad "ville close". Het is dan nog lekker zonnig. Om 5 uur valt
er een klein buitje als we alweer lekker droog in de camper zitten. Ook
deze is echter van tijdelijke aard en de zon komt er snel weer bij.
Zondag
31 juli:
Weer verder langs de kust van Bretagne. Jammer dat
we onderweg in een plaatsje niet kunnen parkeren. Er is markt en het
ziet er gezellig uit. Het is behoorlijk bewolkt vandaag. Hier zijn best
veel pottenbakkers, die hun waren aan de weg verkopen. De plaatsnamen
staan hier in Bretagne in 2 talen op de borden: in het Frans en in het
Bretons. Er zijn hier ook veel zigeunerkampen. Over de D2 en D784 gaan
we naar Audierne. Dan over de D765 via Douarnenez naar Locronan. Voordat
we langs het bord Douarnenez komen, komen we langs een mooi uitzichtpunt
en langs een strandje. Hier wordt het veel heuveliger dan voorheen.
In
Locronan gaan we op de parkeerplaats
van het centrum staan. Je mag hier ook overnachten. Locronan is een
historisch plaatsje, waar ze deze sfeer in ere houden. Het wordt steeds
beter weer. Via Chateaulin gaan we naar Crozon over de D887. Dit is een
weg die door een mooi natuurgebied komt. De hei bloeit langs ene kant
van de weg, terwijl we aan de andere kant af en toe uitzicht op de zee
hebben. Overal staan hier typische Bretonse kerkjes. In
Crozon overnachten
we. De zon schijnt tussen de wolken door.
Maandag
1 augustus:
We gaan bij Morgat bij de zee kijken. Hier liggen
de mensen al in de zon op het strand. Ook zijn er zeil- en surfklasjes
op het water en krijgen kinderen er duik- en snorkelles. Dan door naar
Camaret, om bij Point de Pen Hir van het mooie uitzicht te genieten.
De
zee en de lucht zijn mooi helder blauw. De ruwe rotsen bij de zee zijn
echt fantastisch om te zien. We nemen vandaag een camping, zodat we
uitgebreid kunnen douchen en wassen. Als de was schoon aan de lijn
wappert, gaan wij naar het strand. Het zand is echter nogal hard om op
te liggen. We eten, tafeltennissen en gaan naar het strand naar het
marineschip, dat voor de kust ligt en de ondergaande zon te kijken.
Dinsdag 2 augustus:
De zon schijnt alweer. We rijden over de D355 en
komen langs Point de Espagnolles, waar je mooi uitzicht hebt op Brest,
dat aan de overkant van de baai ligt. Er zitten aardige hellingen in
deze weg. We komen langs een marinebasis bij La Fret en even verderop
langs een marineluchthaven. Over de brug en dan verder langs de baai
naar Brest. Daar weer over een grote brug. In Brest is Oceanopolis. Dit
is een soort tentoonstelling over de oceaan en er is een marinemuseum.
Dan weer verder richting Le Coquet. In
Ploumoguer nemen we de camperplaats.
Woensdag 3 augustus:
Om 11 uur hebben we gegeten. Via Plouarzel gaan we
naar
Lampaul, waar we om kwart voor 12 op een mooie
camperplaats aan zee staan. We liggen de
hele middag aan het strand in de zon. Ik ben aardig rood geworden.
Donderdag 4 augustus:
Het is weer een mooie dag. Via Lanilles over de
D28. In
St.Pol de Leon nemen we de camperplaats.
De boten liggen droog. Dan gaan we op fiets de plaats in en daarna
luieren bij de camper. Het water is nu hoog en alle bootjes liggen nu te
dobberen. 's Avonds begeeft de waterpomp in de camper het. Dat betekent
dat we zowel de kraan als het spoelwater van de wc niet kunnen
gebruiken.
Vrijdag
5 augustus:
Het regent. We gaan weer verder via Morlaix naar
St.Michel en Greve. Dit ligt aan een mooi strand. Dan via Lanion, een
heuvelachtig stadje tot voorbij St. Brieuc, waar we langs de
Dethleffs-dealer gaan vanwege onze defecte waterpomp. We worden daar
snel en goed geholpen aan een nieuwe pomp. Dan gaan we via de D768 naar
de kust terug. We komen door Plancoet, een bloemrijke plaats. Het
miezert nog steeds. Via de D62 komen we in St.Jacut sur Mer. Hier zijn
veel mensen op het strand en de zijn aan het strandzeilen. Dan weer
verder naar St.Malo. We volgen de D768 weer en komen langs een mooie
molen, dan over een brug, waaronder de bootjes weer droog liggen en
langs de zee verder. In
St.Malo overnachten we op de parkeerplaats
waar je gratis met de bus stad in kan. Het is ondertussen droog en de
zon schijnt. Het waait wel behoorlijk. In de loop van de avond wordt het
steeds drukker op de parkeerplaats en uiteindelijk staan er ongeveer 85
campers.
Zaterdag 6 augustus:
De zon schijnt vrolijk. We nemen om 10 uur de bus
de stad in. Later gaan we via Cancale, een gezellig havenplaatsje over
de route de la Baie (route langs de baai) verder. We zien hier best veel
molens. In de verte zien we Mont St.Michel al liggen.
In
Ponterson gaan we op de camperplaats
staan. Het zonnetje schijnt nog steeds , het waait alleen behoorlijk.
Zondag 7 augustus:
Het is regenachtig. We komen langs Mont St. Michel
en gaan weer verder langs de route de la Baie. De weg wordt steeds
smaller, maar is goed te rijden zonder tegenliggers. Dan moeten we over
een stukje snelweg en daarna weer verder langs de kust via Vains over
dezelfde route. De zon begint ondertussen tussen de wolken door te
schijnen. Na Jullouville hebben we weer zicht op de mooie heldere blauwe
zee. In Granville bekijken we Loint des Roc. De zon schijnt nu volop en
het is gelijk warm. Dan voor Coutaces af naar Agon-Coutainville, waar we
een camping nemen.
Maandag 8 augustus:
De zon schijnt alweer. We vervolgen onze weg, via
Carteret naar Charbourg. Dit is een grote havenstad met hoge flats en
flinke afdalingen. Van hieruit vertrekken veerboten naar Engeland. Dan
via de route du Val de Serre via Barfleur naar Reville. Hier
parkeren we middenin het dorpje op een grote parkeerplaats en gaan
tussen de huizen door naar het strandje. We zwemmen en luieren hier ruim
een uurtje en gaan daarna weer verder. In
Montebourg gaan we op de camperplaats
staan. 's Avonds badmintonnen we. Het is zo goed als windstil.
Dinsdag 9 augustus:
Het weer lijkt steeds mooier te worden. De zon
schijnt aan een wolkeloze hemel. We gaan verder over de N13 richting
Carentan. We nemen afslag Pointe du Hoc en gaan via de D514 langs de
kust verder.

We bekijken Pointe du Hoc. Dit was een strategische
plaats in Normandië in de 2e Wereld Oorlog van veldmaarschalk Rommel.
Hier stonden 6 Duitse kanonnen, die Omaha Beach en Utah Beach
beschermden tegen aanvallen vanaf zee. Amerikaanse vliegtuigen hebben
deze plaats dusdanig gebombardeerd dat de Duitsers de kanonnen verplaats
hebben. De inslagen van die bommen zijn ook nu nog te zien als kraters
in de grond. Verder waren ook de bunkers behoorlijk beschadigd. Toen in
de ochtend van 6 juni a944 225 Rangers (geallieerden) op de kust landden
en de 30 meter hege rotsen beklommen, verrasten ze de Duitse wachten.
Maar de Duitsers lieten granaten regenen vanaf de rotsen en verwijderden
de touwladders. Van de 225 Rangers hebben 90 het overleefd en veel van
hen waren gewond. Wel konden daarna in de nacht van 7 op 8 juni de
troepen landden aan Omaha en Utah-Beach, wat uiteindelijk geleid heeft
tot het eind van de 2e Wereld Oorlog.
Later rijden we langs de kust verder, war de
troepen geland zijn. We
overnachten in Deauville
verderop aan de kust. 's Avonds lopen we nog even door de gezellige
plaats met Nederlanders, die bij ons op de camperplaats staan.
Woensdag 10 augustus:
Weer
verder richting Nederland. Via Honfleur, Fecamp, le Treport naar Saint
Valery sur Somme. Dit laatste is een gezellig druk plaatsje met veel
winkeltjes. Er is zelfs een fietspad langs de weg richting
Crotoy, waar we de camperplaats
aan zee nemen. Daar liggen we voor 4 uur op het strand. Het water is ver
ondiep, dus je moet een eind de zee inlopen om te kunnen zwemmen. 's
Avonds met laag water valt de hele baai droog. Het dorp steld niks voor.
Donderdag 11 augustus:
Via Berck, Arras, Lille, Brussel naar Nederland
terug. Voor Breda krijgen we een plensbui. Nu zien we zeker het voordeel
van Frankrijk in. Daar hadden we tenminste mooi weer, terwijl het in
Nederland 3 weken slecht is geweest.
Onze route was: Oss - Catillon sur Sambre - Provenc
- Nogent sur Vernisson - Beaugency - Bourgueil - Saumur -
Champtoceaux - La Turballe - Auray - Port Louis - Concarneau - Crozon -
Camaret - Ploumoguer - Lampaul Plouarzel -
- Saint Pol de Leon - Saint Malo - Pontorson Agon-Coutainville -
Montebourg - Deauville - Le Crotoy - Oss
|